ECLI:NL:GHARL:2020:6909
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mishandeling uitgaansgeweld wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 27 augustus 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van 12 december 2018. Verdachte werd beschuldigd van mishandeling door het vastgrijpen van de keel van de benadeelde partij tijdens een uitgaansincident op 21 augustus 2018.
De politierechter had verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken met bijzondere voorwaarden en toegewezen een schadevergoeding van € 200 aan de benadeelde partij. De advocaat-generaal had in hoger beroep een gevangenisstraf van twee weken en een schadevergoeding geëist.
Na onderzoek van het bewijs, waaronder verklaringen van de benadeelde partij, stelde het hof vast dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat verdachte de mishandeling had gepleegd. De klachten van de benadeelde partij, zoals een lichte bloedende kras en beschadigde eigendommen, konden niet met voldoende zekerheid aan verdachte worden toegerekend.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde en verklaarde de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij niet-ontvankelijk. Tevens wees het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke straf af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.