ECLI:NL:GHARL:2020:6955
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen sanctie Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften wegens niet-staandehouding bestuurder
De betrokkene ging in hoger beroep tegen een sanctiebeschikking van €90,- opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) wegens het overtreden van het verbod stil te staan op De Entree in Amsterdam.
De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard, maar het hof stelde vast dat de ambtenaar niet de bestuurder heeft staande gehouden en onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit niet mogelijk was. Algemene informatie over de verkeerssituatie volstaat niet om de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen.
De gemachtigde had verzocht om te worden gehoord, maar de officier van justitie had dit afgewezen wegens het ontbreken van een telefoonnummer, wat volgens het hof onterecht was. Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking.
Het hof bepaalde dat de sanctie niet aan de kentekenhouder kon worden opgelegd omdat niet was vastgesteld dat staandehouding niet mogelijk was. Tevens werd de proceskostenvergoeding van €787,50 aan de betrokkene toegekend.
Dit arrest benadrukt het belang van concrete motivering bij het niet staande houden van de bestuurder en bevestigt dat algemene verkeersinformatie onvoldoende is voor het opleggen van een sanctie aan de kentekenhouder.
Uitkomst: De sanctiebeschikking wordt vernietigd omdat de ambtenaar niet concreet heeft gemotiveerd waarom de bestuurder niet is staande gehouden en de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder is opgelegd.