Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak betreffende personen- en familierecht heeft de moeder het hoger beroep ingetrokken. De vader stelde dat de intrekking geweigerd moest worden vanwege de belangen van het kind en de benoeming van een bijzondere curator. Het hof overwoog echter dat intrekking van een verzoek in hoger beroep een eenzijdige proceshandeling is die in elke fase van de procedure is toegestaan en niet getoetst wordt aan de goede procesorde.
Het hof verwees naar artikel 283 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en benadrukte dat, aangezien er geen incidenteel hoger beroep door de vader was ingesteld en de vader geen verzoeker was in eerste aanleg, de intrekking ertoe leidt dat er niets meer overblijft waarover het hof een oordeel kan geven.
Daarom verklaarde het hof de moeder niet-ontvankelijk in haar verzoek tot intrekking van het hoger beroep. Deze beslissing werd genomen ondanks het feit dat er een bijzondere curator was benoemd en een deskundigenbericht was uitgebracht, omdat dit de eenzijdige intrekking niet kan verhinderen.
Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot intrekking van het hoger beroep.