Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekers in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De ouders van de minderjarige zijn het niet eens met de beslissing van de kinderrechter om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot 5 juni 2020. Het hof heeft het dossier bestudeerd, waaronder rapporten van psychologen en verslagen van de gecertificeerde instelling William Schrikker. De moeder heeft emotionele en ontwikkelingsproblemen die haar opvoedcapaciteiten beperken, terwijl de vader onvoldoende regie neemt tijdens omgangsmomenten, waardoor de zorgen over de opvoeding niet zijn weggenomen.
De minderjarige verblijft sinds maart 2018 bij pleegouders en is daar goed gehecht. Het hof weegt mee dat de hulpverlening in het verleden niet succesvol was vanwege onvoldoende medewerking van de ouders. De huidige woon- en begeleidingssituatie van de ouders biedt onvoldoende garanties voor een veilige terugplaatsing.
Het hof concludeert dat het belang van de minderjarige bij de pleegouders blijft en dat een terugplaatsing op dit moment niet in zijn belang is. Daarom bekrachtigt het hof de beslissing van de kinderrechter tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing tot 5 juni 2020.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouders tot 5 juni 2020.