Op 3 augustus 2017 viel een zware tak van een esdoornboom op een geparkeerde auto van appellanten in de [a-straat] te [C], waarbij de auto total loss raakte. Appellanten stelden de gemeente Hilversum aansprakelijk wegens schending van haar zorgplicht als eigenaar van de boom. De gemeente verwees naar regelmatige inspecties en het ontbreken van zichtbare gebreken.
De kantonrechter wees de vorderingen af, omdat de gemeente haar zorgplicht niet had geschonden. Appellanten gingen in hoger beroep en voerden onder meer aan dat een plakoksel aan de tak een risico vormde dat de gemeente had moeten onderkennen en dat de boom vaker had moeten worden gecontroleerd.
Het hof overwoog dat het enkele feit dat een tak tijdens harde wind afbrak geen onrechtmatige daad oplevert. Het hof stelde dat appellanten onvoldoende concreet en onderbouwd bewijs leverden dat de gemeente bekend was met een gevaarlijke situatie of dat zij naliet noodzakelijke maatregelen te nemen. De stellingen over verrotting en zwam werden niet aannemelijk gemaakt.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellanten in de proceskosten van de gemeente. De schade aan de auto moest appellanten zelf dragen, omdat geen aansprakelijkheid van de gemeente was vastgesteld.