ECLI:NL:GHARL:2020:7257
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep bij betwisting koopovereenkomst en bestuurdersaansprakelijkheid
In deze civiele zaak vordert de verkoper nakoming van een gestelde koopovereenkomst van een bedrijfspand met toebehoren, terwijl de koper betwist dat een overeenkomst tot stand is gekomen. Daarnaast vordert de verkoper schadevergoeding van de bestuurders van de koper wegens een ernstig verwijt van niet-nakoming.
De koper had het recht om de kwestie van het al dan niet tot stand komen van de koopovereenkomst door de rechter te laten beoordelen en verweer te voeren. Misbruik van procesrecht zou alleen aan de orde zijn indien het verweer tegen de nakomingsvordering evident ongegrond was, wat hier niet het geval is. Hierdoor kon geen ernstig verwijt aan de bestuurders worden gemaakt.
De procedure kende meerdere stappen, waaronder memorie van grieven en antwoord, diverse journaalberichten en een comparitie die vanwege het coronavirus werd uitgesteld maar later plaatsvond. Uiteindelijk trok de vrouw haar grieven tegen het vonnis van de rechtbank in, waardoor het hoger beroep werd beëindigd.
Het gerechtshof verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk in haar vordering in hoger beroep en sprak het arrest uit in aanwezigheid van de griffier op 15 september 2020.
Uitkomst: De vrouw wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering in hoger beroep na intrekking van haar grieven.