Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn ex-echtgenoten en ouders van twee minderjarige kinderen. In een ouderschapsplan van 20 juli 2017 is de kinderalimentatie vastgesteld op €500 per maand. Na beëindiging van het dienstverband van de man en inkomensverlies verzocht hij om verlaging van de alimentatie. De rechtbank wijzigde de alimentatie, maar de man ging in hoger beroep om deze vanaf 8 januari 2018 op nihil te stellen.
Het hof overweegt dat het inkomensverlies van de man sinds 1 december 2017 onvrijwillig en niet voor herstel vatbaar is, mede omdat hij een ziektewetuitkering ontvangt. Het hof oordeelt dat het inkomensverlies niet verwijtbaar is, ondanks dat de man zijn ontslag niet heeft aangevochten. De vrouw had geen redelijke grond om niet mee te werken aan wijziging van de alimentatie, waardoor de ingangsdatum van de wijziging op 8 januari 2018 wordt vastgesteld.
De draagkracht van de man wordt berekend aan de hand van zijn netto besteedbaar inkomen en forfaitaire woonlasten. De gezamenlijke draagkracht van man en vrouw is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. Het hof wijzigt het ouderschapsplan en de eerdere beschikking en bepaalt de alimentatiebedragen per kind per maand voor verschillende periodes vanaf 8 januari 2018. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met ingang van 8 januari 2018 verlaagd vanwege onvrijwillig en niet verwijtbaar inkomensverlies van de man.