Belanghebbende is gehuwd en eigenaar van een woning die deels gefinancierd is met hypothecaire geldleningen en eigen geld. Een latere hypothecaire lening, de KeuzePlusHypotheek, werd gebruikt voor woonlasten en levensonderhoud. Belanghebbende vorderde aftrek van de rente over deze lening en verrekening van het onverrekende ondernemingsverlies van haar echtgenoot uit de jaren ’80.
De Inspecteur wees de aftrek van rente op de KeuzePlusHypotheek af omdat deze lening niet direct was aangegaan voor aankoop, verbetering of onderhoud van de woning. Ook werd de persoonsgebonden aftrek van het ondernemingsverlies geweigerd omdat dit verlies uitsluitend bij de echtgenoot kon worden verrekend.
Het Hof overwoog dat de wet alleen renteaftrek toestaat voor leningen die direct verband houden met de eigen woning, en dat het ondernemingsverlies niet tot de persoonsgebonden aftrek behoort. De overgangsregeling voor verliesverrekening was rechtmatig toegepast en het feit dat belanghebbende pas later geïnformeerd werd, leidt niet tot een ruimere regeling.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.