ECLI:NL:GHARL:2020:7386

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
3 september 2020
Publicatiedatum
17 september 2020
Zaaknummer
21-005154-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding

De verdachte stelde hoger beroep in tegen het vonnis van de economische politierechter van 12 september 2019. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep op 20 augustus 2020. De advocaat-generaal verzocht het hof om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het overschrijden van de wettelijke termijn voor het instellen van hoger beroep.

De inleidende dagvaarding was persoonlijk aan de verdachte uitgereikt, waardoor volgens artikel 408, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering een termijn van veertien dagen geldt om hoger beroep in te stellen. De verdachte diende het hoger beroep pas op 3 oktober 2019 in, na het verstrijken van deze termijn.

De verdachte voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat de behandeling van zijn zaak op zijn verzoek was aangehouden, maar dit werd door het hof niet aannemelijk geacht op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting. Daarom werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-005154-19
Uitspraak d.d.: 3 september 2020
TEGENSPRAAK
Arrestvan de economische kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 12 september 2019 met parketnummer 18-120627-18 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 20 augustus 2020.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in het door hem ingestelde hoger beroep. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De inleidende dagvaarding voor de behandeling ter zitting van de economische politierechter op 12 september 2019 is in persoon aan verdachte uitgereikt. Verdachte kon daarom volgens de wet (het bepaalde in artikel 408, eerste lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering) gedurende veertien dagen na de uitspraak van het vonnis daartegen hoger beroep instellen. Het hoger beroep is pas ná het verstrijken van die termijn (te weten op 3 oktober 2019) ingesteld.
Het standpunt van verdachte - dat inhoudt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is omdat de behandeling van zijn zaak bij de economische politierechter op zijn verzoek is aangehouden - is op grond van de stukken, het verhandelde ter zitting in hoger beroep en ook overigens niet aannemelijk geworden. De termijnoverschrijding is derhalve niet verschoonbaar. Verdachte heeft te laat hoger beroep ingesteld en zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door
mr. W. Foppen, voorzitter,
mr. E. de Witt en mr. L.G. Wijma, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers, griffier,
en op 3 september 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.