ECLI:NL:GHARL:2020:7520
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak
In deze zaak stond de betrokkene terecht voor het verkrijgen van wederrechtelijk voordeel. De rechtbank Midden-Nederland had het voordeel geschat op €31.953 en veroordeelde verdachte tot betaling van dit bedrag. De advocaat-generaal stelde een lager bedrag van €28.758 voor, terwijl de verdediging de ontnemingsvordering geheel betwistte.
Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd omdat verdachte in hoger beroep is vrijgesproken van de tenlastelegging. Hierdoor ontbreekt de grondslag voor de ontnemingsvordering. Tijdens de terechtzitting op 7 september 2020 heeft het hof kennisgenomen van de standpunten van de advocaat-generaal en de verdediging.
Uiteindelijk heeft het hof de vordering tot ontneming afgewezen en het vonnis van de rechtbank vernietigd. De uitspraak is gedaan op 21 september 2020 door de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is afgewezen vanwege de vrijspraak in hoger beroep.