ECLI:NL:GHARL:2020:7600

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
22 september 2020
Publicatiedatum
23 september 2020
Zaaknummer
200.260.310
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:941 BWArt. 7:952 BW
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake weigering dekking autoverzekering wegens mogelijk geënsceneerde aanrijding

In deze civiele zaak in hoger beroep staat de weigering van dekking door een autoverzekeraar centraal, vanwege vermoedens van een geënsceneerde aanrijding. Het geschil betreft een conflict tussen [appellante], verzekerde, en ASR Schadeverzekering N.V. over de verzekeringsdekking.

Het hof verwijst naar een eerder arrest van 9 juni 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:4411) in een gerelateerde zaak tussen andere partijen, waarin deels dezelfde betrokkenen een rol spelen. Dit arrest behandelt de verzekeringsgeschiedenis van een auto die geheel is uitgebrand na import en de betrokkenheid van een ex-relatie.

Het hof geeft partijen de gelegenheid om zich schriftelijk uit te laten over de betekenis van dit eerdere arrest voor het onderhavige geschil. ASR mag als eerste reageren, gevolgd door [appellante]. De zaak wordt aangehouden tot na deze schriftelijke uitwisseling en verwezen naar de rol van 20 oktober 2020 voor het nemen van de akte.

Het arrest is gewezen door de raadsheren ter Veer, Janse en Van Dam en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2020.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over een gerelateerd arrest.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht, handel
zaaknummer gerechtshof 200.260.310
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 6427356)
arrest van 22 september 2020
in de zaak van
[appellante],
wonende te [A] ,
appellante,
in eerste aanleg: eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
hierna: [appellante] ,
advocaat: mr. Ü. Arslan,
tegen:
de naamloze vennootschap
ASR Schadeverzekering N.V.,
gevestigd te Utrecht
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
hierna: ASR,
advocaat: mr. E.J.A.A. van Dal.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1
Het hof verwijst naar het tussenarrest van 19 mei 2020.
1.2
Het verdere verloop blijkt uit:
- de akte van [appellante] (met productie); en
- de akte van ASR.

2.De verdere beoordeling in hoger beroep

2.1
Het hof is ambtshalve bekend met de uitspraak van dit hof van 9 juni 2020, gepubliceerd met kenmerk ECLI:NL:GHARL:2020:4411, in een geschil tussen [B] (in genoemd arrest aangeduid als “appellante” en “verzekerde”) uit Rijswijk tegen Achmea Schadeverzekering. Kort gezegd betreft het een geschil waarin een met aanzienlijke schade geïmporteerde auto door [B] is verzekerd, waarna deze geheel is uitgebrand en schade bij de verzekeraar is geclaimd. Onderdeel van dat geschil betrof de aankoopgeschiedenis van de auto, waarbij ook [C] , “betrokkene 2” in genoemd arrest en aangeduid als de ex-relatie van [B] , is betrokken.
2.2
Het hof zal beide partijen in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over bovengenoemd arrest en de betekenis daarvan voor het geschil tussen [appellante] en ASR. Daarbij zal ASR als eerste een akte mogen nemen, gevolgd door [appellante] .
2.3
Het hof zal de zaak daarvoor naar de hierna te noemen rol verwijzen.

3.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
verwijst de zaak naar de rol van 20 oktober 2020 voor het nemen van een akte door ASR zoals in rechtsoverweging 2.2 overwogen,
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, L. Janse en M.S.A. van Dam en is bij afwezigheid van de voorzitter ondertekend door de rolraadsheer en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 september 2020.