Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Arriva Personenvervoer Nederland B.V.,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De beoordeling van het hoger beroep
Samenvatting en beslissing
3.De beslissing
22 september 2020.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Tijdens de Sinterklaasstorm van 5 december 2013 waaide een mobiele schuilhut van de eigenaar over een hek en op het spoor, waar een trein van Arriva tegen botste. Arriva stelde de eigenaar aansprakelijk wegens opstalaansprakelijkheid, gebrekkigheid van de schuilhut en onrechtmatig handelen.
Het hof oordeelde dat de schuilhut geen opstal was omdat deze mobiel en verplaatsbaar was, en dat de eigenaar niet aansprakelijk kon zijn op grond van artikel 6:174 BW Pro. Ook was de schuilhut niet gebrekkig in de zin van artikel 6:173 BW Pro, omdat het ontbreken van grondankers geen bijzonder gevaar opleverde en de dakconstructie voldeed aan redelijke eisen.
Verder was de eigenaar niet bekend of behoorde hij bekend te zijn met het bijzondere gevaar dat de schuilhut bij storm kon wegwaaien en schade veroorzaken. Ook was geen sprake van onrechtmatig handelen, omdat het plaatsen van de schuilhut nabij het spoor niet in strijd was met het bestemmingsplan en de voorzorgsmaatregelen onvoldoende gebruikelijk waren.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde Arriva in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Arriva af en oordeelt dat de eigenaar van de mobiele schuilhut niet aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door het wegwaaien van de schuilhut en botsing met de trein.