Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- [verzoekster] , bijgestaan door haar advocaat, en
- [de bewindvoerder] via een telefonische verbinding.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Verzoekster, geboren in 1977, was sinds 2012 onder bewind gesteld door een beschikking van de kantonrechter te Wageningen. In november 2019 verzocht zij de kantonrechter om opheffing van het bewind over haar goederen. De kantonrechter wees dit verzoek af in een beschikking van 6 januari 2020.
Verzoekster ging in hoger beroep tegen deze afwijzing en verzocht het gerechtshof om de beschikking te vernietigen en het bewind alsnog op te heffen. De bewindvoerder voerde geen verweer en stemde in met de opheffing. Tijdens de mondelinge behandeling op 27 augustus 2020 waren verzoekster en de bewindvoerder aanwezig, waarbij de bewindvoerder via een telefonische verbinding deelnam.
Het hof constateerde dat partijen het eens waren over de opheffing van het bewind na een goed verlopen afbouwtraject. Daarom vernietigde het hof de bestreden beschikking van de kantonrechter en besloot het het bewind over de goederen van verzoekster op te heffen met ingang van 1 november 2020. De griffier werd opgedragen een afschrift van deze beschikking aan de kantonrechter te sturen.
Uitkomst: Het gerechtshof heft het bewind over de goederen van verzoekster op met ingang van 1 november 2020.