Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
“Ik stond voor het rode verkeerslicht te wachten op het fietspad dat parellel loopt aan de Radarweg en keek in de richting van de Donauweg. (…) Ik zag een bromfiets aan komen rijden op hetzelfde fietspad maar vanuit de tegenovergestelde richting, tevens zag ik dat het kruisende verkeer op de Basisweg aan het rijden was en vanaf het fietspad had ik tevens zicht op de verkeerslichten voor het kruisende verkeer dat kwam richting Homweg. Ik zag dat de verkeerslichten voor deze voertuigen op groen stonden. Ik zag een voertuig die kwam uit de richting Homweg en wilde afslaan naar de Radarweg in de richting van de Donauweg. (…) Ik zag dat op hetzelfde moment de bromfiets doorreed en de kruising op kwam, deze moest daarbij het afslaande voertuig ontwijken (…). Ik had geen direct zicht op het verkeerslicht aan de overzijde van het fietspad, maar gezien het aan mijn zijde op rood stond en de verkeerslichten voor het kruisende verkeer op groen stonden, lijkt me dat een duidelijke indicatie om aan te nemen dat het verkeerslicht aan de overzijde van hetzelfde fietspad op rood stond. Ook het rijdende kruisende verkeer lijkt mij een duidelijke indicatie.”