Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking tot gesloten uithuisplaatsing van verzoeker. Het hof verwijst naar een eerdere tussenbeschikking van 27 augustus 2020 waarin werd bepaald dat verzoeker nog niet thuisgeplaatst kon worden, maar dat bij positieve ontwikkeling de duur van de machtiging verkort moest worden.
Na ontvangst van aanvullende informatie van de gecertificeerde instelling (GI) en reacties van de advocaat van verzoeker en de moeder, concludeert het hof dat de situatie van verzoeker nog te kwetsbaar is voor terugplaatsing. Verzoeker gebruikt nog regelmatig drugs en het systeem rondom hem heeft nog veel ondersteuning nodig. Er is onvoldoende draagvlak voor thuisplaatsing.
Het hof bekrachtigt de machtiging tot gesloten uithuisplaatsing tot 21 november 2020 en verleent voor de periode van 21 november tot 26 december 2020 een voorwaardelijke machtiging, onder strikte voorwaarden zoals medewerking aan therapieën, geen strafbare feiten en geen middelengebruik. De GI kan voor een langere periode een nieuw verzoek indienen bij de kinderrechter.
De beschikking is gegeven door drie raadsheren en is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2020.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot gesloten uithuisplaatsing tot 21 november 2020 en verleent een voorwaardelijke machtiging voor de periode van 21 november tot 26 december 2020 onder strikte voorwaarden.