Uitspraak
PDX,
[geïntimeerde],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.Waar gaat het in deze procedure om
4.De vaststaande feiten
Slecht werkgeverschap
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de eindafrekening van min-uren centraal, waarbij de werknemer minder uren zou hebben gewerkt dan uitbetaald en de werkgever deze uren in mindering bracht op het loon na ontslag. Daarnaast is er een geschil over een geheimhoudingsbeding dat de werkgever inroept om een boete te vorderen wegens het bespreken van het loongeschil met derden.
De feiten betreffen een arbeidsovereenkomst van een kantinemedewerkster bij PDX Services B.V., waarbij zij min-uren opbouwde door minder te werken dan haar contractueel was overeengekomen. De werkgever stelde dat zij verplicht was deze uren in te halen, terwijl de werknemer dit betwistte. Het hof oordeelt dat de werkgever de plicht heeft om de werknemer tijdig en inzichtelijk te informeren over de stand van min-uren en dat niet is gebleken dat dit voldoende is gebeurd.
Ten aanzien van het geheimhoudingsbeding stelt het hof dat een dergelijk ruim en vergaand spreekverbod, dat ook privéklachten over loonconflicten verbiedt, in strijd is met grondrechten zoals vrijheid van meningsuiting en privacy. De boete wordt daarom niet toegewezen. Het hof geeft de werkgever de gelegenheid om aanvullende loonstroken te overleggen, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof wijst het boetebeding af en houdt de zaak aan voor overleg van aanvullende loonstroken over 2017 en januari 2018.