ECLI:NL:GHARL:2020:8137
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rijden met ongeldig verklaard rijbewijs wegens onduidelijke CBR-brief
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken voor het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. In hoger beroep stelde verdachte dat hij niet wist en redelijkerwijs niet kon weten dat zijn rijbewijs ongeldig was, mede vanwege een brief van het CBR die ruimte liet voor meerdere interpretaties.
Het hof onderzocht de zaak op terechtzittingen in november 2019 en september 2020 en nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal en de verweren van verdachte en zijn raadsman. De advocaat-generaal meende dat verdachte redelijkerwijs had moeten weten dat zijn rijbewijs ongeldig was, terwijl de verdediging stelde dat de brief van het CBR een gerechtvaardigd vertrouwen gaf dat hij weer mocht rijden.
Het hof oordeelde dat de brief van 6 juni 2017 van het CBR, waarin stond dat verdachte de cursus verantwoord rijgedrag had afgerond en een nieuw rijbewijs kon aanvragen, ambigu was en ruimte liet voor verschillende interpretaties. Verdachte had op basis van deze brief mogen aannemen dat zijn rijbewijs geldig was. Hierdoor ontbrak wettig en overtuigend bewijs dat verdachte wist of redelijkerwijs kon weten dat zijn rijbewijs ongeldig was. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs wegens onvoldoende bewijs van kennis van ongeldigverklaring.