Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder van twee minderjarige kinderen is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de uithuisplaatsing van haar kinderen verlengde. De kinderen zijn sinds 2019 uit huis geplaatst vanwege zorgen over de opvoedingssituatie en het welzijn van de kinderen.
De moeder betwist de noodzaak van de verlenging en stelt dat niet alles is geprobeerd om uithuisplaatsing te voorkomen. Zij verwijt dat er geen deugdelijk wetenschappelijk onderzoek naar haar is gedaan en dat onvoldoende is vastgesteld dat de uithuisplaatsing in het belang van de kinderen is.
Het hof stelt vast dat de moeder onvoldoende stabiele en veilige opvoedingsomstandigheden kan bieden. Zij is niet betrouwbaar in contactmomenten en heeft geen inzicht gegeven in haar drugs- en alcoholgebruik. Ook is het vereiste persoonlijkheidsonderzoek nog niet uitgevoerd. De kinderen gedijen goed in hun pleeggezinnen en het risico op onveiligheid bij terugplaatsing is te groot.
Daarom bekrachtigt het hof de beschikking van de kinderrechter en wijst het verzoek van de moeder tot vernietiging en voorwaardelijke terugplaatsing af. De uithuisplaatsing wordt verlengd tot 22 november 2020.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing van de kinderen tot 22 november 2020 en wijst het verzoek van de moeder af.