ECLI:NL:GHARL:2020:8170

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 oktober 2020
Publicatiedatum
8 oktober 2020
Zaaknummer
Wahv 200.242.913/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 40 lid 1 WVW 1994Art. 5.1.1 lid 1 Regeling voertuigenArt. 5.2.1 lid 5 Regeling voertuigenArt. 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen sanctie voor onleesbare kentekenplaat wegens vervuiling

De betrokkene werd door de kantonrechter veroordeeld tot een sanctie van €130,- voor het niet behoorlijk zichtbaar aanbrengen van de kentekenplaat (feitcode K030A). De betrokkene stelde dat de kentekenplaat wel degelijk deugdelijk was aangebracht, maar vervuild en daardoor niet goed leesbaar was.

Het hof constateerde dat het kenteken wel degelijk deugdelijk was aangebracht, maar door vervuiling niet goed leesbaar was. Dit valt onder een andere overtreding met feitcode N010D, namelijk het rijden met een niet goed leesbaar kenteken. Het hof wijzigde daarom de feitcode en omschrijving van de gedraging.

Daarnaast werd het ontbreken van het proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter geconstateerd, maar het hof achtte dit niet nadelig voor de betrokkene omdat de beslissing een zakelijke weergave van de zitting bevatte.

Het hof verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond, vernietigde de beslissing van de kantonrechter en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van de betrokkene, vastgesteld op €1.181,25. De wijziging van de feitcode vond laat in de procedure plaats, maar het hof oordeelde dat dit de verdediging niet schaadde.

Uitkomst: De feitcode werd gewijzigd naar rijden met een niet goed leesbaar kenteken en proceskosten werden aan de betrokkene toegewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.242.913/01
CJIB-nummer
: 204280325
Uitspraak d.d.
: 8 oktober 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Limburg van 22 februari 2018, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. De gemachtigde van de betrokkene wijst er allereerst op dat hij geen proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter in het dossier heeft aangetroffen.
2. Het hof stelt met de gemachtigde vast dat in deze zaak een proces-verbaal van de zitting van de kantonrechter van 8 maart 2018 ontbreekt. Het hof ziet in dit geval evenwel aanleiding om hieraan geen gevolgen te verbinden. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat de beslissing van de kantonrechter, die wel in het dossier zit, een zakelijke weergave bevat van hetgeen ter zitting is voorgevallen, waaronder de conclusie waartoe de vertegenwoordiger van de officier van justitie is gekomen. Gelet hierop is de betrokkene door het ontbreken van het proces-verbaal niet in zijn belangen geschaad. De gemachtigde heeft dit ook niet gesteld.
3. De overige bezwaren hebben betrekking op de inleidende beschikking. Daarbij is aan de betrokkene een sanctie opgelegd van € 130,- voor: “het kenteken is niet behoorlijk zichtbaar aanwezig op of aan het motorrijtuig (feitcode K030A)”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 januari 2017 om 19.37 uur op de Waarderweg in Montfort met het voertuig met het kenteken [YY-YY-00] .
4. De gemachtigde voert aan dat de verweten gedraging niet is verricht. De kentekenplaat was weliswaar vervuild, maar niet is gebleken dat deze niet behoorlijk zichtbaar was aangebracht. De gemachtigde verwijst in dit kader naar een arrest van het hof met nummer Wahv 200.151.973 (gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2016:2687).
5. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat in de onderhavige situatie een sanctie had moeten worden opgelegd voor de gedraging met feitcode N010D "als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het kenteken niet goed leesbaar is" en heeft verzocht om de feitcode en de omschrijving van de gedraging te wijzigen.
6. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Het betrof de kentekenplaat aan de achterzijde.
Overtreden artikel: 40 lid 1 WVW 1994. (…)
Reden staandehouding: achterlicht werkte niet en kentekenplaat was niet goed zichtbaar. (…)
Verklaring betrokkene: kentekenplaat heb ik enkele dagen geleden schoongemaakt. Ik denk dat door het weer deze weer vuil is geworden.”
7. In het dossier bevindt zich voorts een aanvullend proces-verbaal van 23 juni 2017, waarin de ambtenaar op ambtsbelofte onder meer verklaart:
“De kentekenplaat was zodanig vervuild dat deze niet meer leesbaar was. Dit is ook te herleiden uit de verklaring van de betrokkene dat hij deze enkele dagen geleden had schoongemaakt en nu weer vuil was geworden.”
8. De ambtenaar heeft een sanctie opgelegd voor overtreding van artikel 40, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), waarin is bepaald dat het kenteken behoorlijk zichtbaar op of aan het motorrijtuig of de aanhangwagen aanwezig dient te zijn.
9. De gedraging met feitcode N010D betreft een overtreding van artikel 5.1.1, eerste lid, aanhef en onder c, in samenhang met artikel 5.2.1, vijfde lid van de Regeling voertuigen (Rv), waarin is bepaald dat het kenteken goed leesbaar moet zijn en dat de kentekenplaten niet mogen zijn afgeschermd.
Zoals het hof ook heeft overwogen in het door de gemachtigde en de advocaat-generaal aangehaalde arrest van 5 april 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:2687) ziet deze bepaling, gelet op de bewoordingen ervan, met name op gevallen waarin een kenteken, hoewel op de juiste wijze aan het voertuig bevestigd, niet goed leesbaar is.
10. Naar het oordeel van het hof blijkt in dit geval uit de verklaring van de ambtenaar niet dat het kenteken niet behoorlijk zichtbaar op het motorrijtuig aanwezig was, maar blijkt hieruit wel dat het kenteken zodanig vervuild was dat het niet goed leesbaar was. De gedraging met feitcode N010D is daarmee verricht. Het hof zal overgaan tot wijzigen van de feitcode en de omschrijving van de gedraging.
11. Het hof zal de beslissing van de kantonrechter vernietigen, het beroep gedeeltelijk gegrond verklaren en de beslissing van de officier van justitie en de inleidende beschikking voor wat betreft de daarin opgenomen feitcode en omschrijving van de gedraging wijzigen in “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het kenteken niet goed leesbaar is (feitcode N101D)”. Bij deze feitcode hoort een gelijk sanctiebedrag. Hoewel deze wijziging laat in de procedure is, is het hof van oordeel dat de betrokkene niet in diens verdedigingsbelang wordt geschaad nu in de bezwaren van de gemachtigde deze wijziging besloten ligt.
12. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking (vgl. het arrest van het hof van 28 april 2020, vindplaats op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2020:3336). De gemachtigde van de betrokkene heeft de volgende voor vergoeding in aanmerking komende proceshandelingen verricht: het indienen van het administratief beroepschrift, hoorzitting (telefonisch) bij de officier van justitie, het indienen van het beroepschrift bij de kantonrechter, het verschijnen ter zitting van de kantonrechter en het indienen van het hoger beroepschrift. Aan het indienen van een beroepschrift en aan het verschijnen ter zitting dient één punt te worden toegekend. Ook aan het telefonisch horen dient één punt te worden toegekend. Gelet op de door de gemachtigde geleverde inspanning zal het hof met gebruikmaking van de matigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht het voor het horen door de officier van justitie toegekende hele punt halveren. Aan het indienen van de nadere toelichting op het beroep dient een half punt te worden toegekend.
13. De waarde per punt bedraagt € 525,-. Gelet op de aard van de zaak past het hof wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toe. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van in totaal € 1.181,25 (= 4,5 x € 525,- x 0,5).

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond;
wijzigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de inleidende beschikking in zoverre dat de feitcode en de omschrijving van de gedraging word gewijzigd in “als bestuurder van een voertuig rijden, terwijl het kenteken niet goed leesbaar is (feitcode N101D)”;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 1.181,25.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Landstra als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.