Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene werd beboet voor het rijden met onvoldoende zicht door de voorruit en/of voorste zijruiten vanwege lading op de bijrijdersstoel. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
In hoger beroep stelde de gemachtigde dat de feitcode onjuist was toegepast en dat de zichtbelemmering niet kon worden vastgesteld omdat de ambtenaar niet op de bestuurdersstoel had plaatsgenomen. Het hof constateerde dat de officier van justitie zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd door het verweer over de feitcode niet te behandelen, waardoor het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd.
Het hof beoordeelde de feiten aan de hand van foto's waarop duidelijk was dat de lading het zicht door de voorste zijruit aan de bijrijderszijde vrijwel geheel belemmerde. De juiste feitcode was volgens het hof P041a, die ziet op het gebruik van het voertuig en zichtbelemmering door lading, en niet N420b, die ziet op bouw- en inrichtingseisen van het voertuig.
Daarom bleef de boete in stand en werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het hof wees het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond, vernietigde de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep gegrond.
Uitkomst: Boete van €230,- voor rijden met zichtbelemmering door lading wordt gehandhaafd; beroep tegen boete ongegrond.