Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant4] ,
[appellant5] ,
[appellant6] ,
[appellanten7] ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Kopers, bestaande uit woningeigenaren en VvE's, hebben hoger beroep ingesteld tegen Viveste vanwege het besluit om teruggekochte woningen, oorspronkelijk verkocht onder de Koopgarantregeling, niet opnieuw als koopwoningen aan te bieden maar als sociale huurwoningen te verhuren. Zij vorderden onder meer staking van de uitvoering van dit besluit en aansprakelijkheid voor schade door waardedaling.
De rechtbank had deze vorderingen afgewezen en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat uit de gesloten overeenkomsten en erfpachtvoorwaarden geen verplichting voor Viveste voortvloeit om teruggekochte woningen opnieuw als koopwoningen aan te bieden. Ook blijkt uit de Overeenkomst op Hoofdlijnen met de gemeente Houten geen dergelijke verplichting.
Het hof stelt vast dat de door kopers aangevoerde waardedaling onvoldoende is onderbouwd en dat klachten over overlast van huurders incidenteel en niet specifiek aan het besluit toe te schrijven zijn. Het memo van een deskundige en het rapport van de rechtbankdeskundige bieden geen aanleiding tot herziening van het oordeel. Het hoger beroep faalt en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarbij kopers worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.