Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
1.Het verdere verloop van de procedure geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
grief Ivan [appellant] die tot uitgangspunt neemt dat feitelijk met [geïntimeerde] is afgesproken dat hij het geld niet hoefde terug te betalen.
grief IIbestrijdt [appellant] een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente verschuldigd te zijn. Voor zover [appellant] dat stoelt op zijn stelling dat het nimmer de bedoeling van partijen is geweest dat [appellant] het geld terugbetaalde, faalt dat om de hiervoor weergegeven reden. Voor zover [appellant] ter onderbouwing van deze grief aanvoert dat de redelijkheid en billijkheid daaraan in de weg staan, treft dat evenmin doel. [appellant] kan immers niet worden gevolgd in zijn stelling dat het voor hem onduidelijk is geweest dat het geld moest terugbetalen ‘nu de overeenkomst alleen ter bescherming was opgesteld’.