Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
De beoordeling
€ 918,75.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor parkeren in strijd met vergunningsvoorwaarden, terwijl feitelijk sprake was van parkeren zonder vergunning. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af. Het hof stelde vast dat de officier van justitie zijn informatieplicht schond door relevante stukken pas bij de beslissing op het administratief beroep te overleggen. Hierdoor vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep gegrond.
Vervolgens beoordeelde het hof het beroep inhoudelijk. De sanctie was opgelegd voor parkeren op een vergunninghoudersplaats zonder vergunning. De gemachtigde voerde aan dat de ambtenaar niet bevoegd was en dat de overtreding gebaseerd was op een onverbindende plaatselijke verordening. Het hof verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de ambtenaar bevoegd was en dat de overtreding onder de Parkeerverordening 2017 viel, die niet onverbindend is.
Het hof stelde vast dat de betrokkene geen vergunning had en dat de gedraging binnen een vergunninghouderszone plaatsvond, waar zoneborden E9 op alle toegangswegen stonden. De betrokkene had de borden niet gezien, maar dit kwam voor zijn eigen rekening. Daarom wijzigde het hof de feitcode naar R397i, wat overeenkomt met parkeren zonder vergunning op een vergunninghoudersplaats. De proceskosten werden aan de betrokkene toegekend.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter, verklaart het beroep gegrond, wijzigt de feitcode naar R397i en veroordeelt de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten.