ECLI:NL:GHARL:2020:8374

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
15 oktober 2020
Publicatiedatum
15 oktober 2020
Zaaknummer
Wahv 200.264.420/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WahvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod bij bestuursstrafrechtelijke sanctiebeschikking

De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de kantonrechter die een sanctiebeschikking op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) had vernietigd. De kantonrechter had de zaak behandeld op een zitting waarbij de betrokkene aanwezig was en had de zaak aangehouden om nadere stukken te overleggen. Na ontvangst van deze stukken vernietigde de kantonrechter de sanctiebeschikking zonder een vervolgzitting te houden.

De betrokkene klaagde in hoger beroep over het ontbreken van een vervolgzitting en het niet-beslissen op zijn verzoek om proceskostenvergoeding. Het hof overwoog dat het appelverbod van artikel 14 Wahv Pro onverkort geldt, tenzij sprake is van schending van het recht op toegang tot de rechter zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. Gezien de eerdere zitting en de mogelijkheid tot schriftelijke toelichting was de betrokkene niet in zijn belangen geschaad.

Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Daarmee bevestigde het hof het appelverbod en de rechtmatigheid van de procedure bij de kantonrechter.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.264.420/01
CJIB-nummer
: 215333562
Uitspraak d.d.
: 15 oktober 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank
Noord-Holland van 28 juni 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. Er is daarnaast gevraagd om de zaak op een zitting van het hof te behandelen.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld op de zitting van 1 oktober 2020. De betrokkene is verschenen. De advocaat-generaal is vertegenwoordigd door mr. [B] .

Beoordeling

1. Artikel 14 van Pro de Wahv bepaalt dat in twee situaties hoger beroep kan worden ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter:
- wanneer de sanctie bij de beslissing van de kantonrechter hoger is dan € 70,-
- wanneer de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat geen (of niet op tijd) zekerheid is gesteld.
Van geen van deze situaties is hier sprake.
2. De betrokkene klaagt er in hoger beroep over dat de kantonrechter geen vervolgzitting heeft gehouden. Daarnaast heeft de kantonrechter niet op het verzoek om proceskostenvergoeding beslist. De betrokkene schat de kosten in eerste aanleg op ca. € 200,-. Ook wenst hij een vergoeding van de kosten voor het hoger beroep, door de betrokkene bepaald op een bedrag van ca. € 100,-.
3. Indien de kantonrechter degene aan wie de sanctie is opgelegd niet in de gelegenheid heeft gesteld om zijn standpunt op een openbare zitting toe te lichten, kan het in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) besloten liggende recht op toegang tot de rechter meebrengen, dat het appelverbod van artikel 14, eerste lid, van de Wahv, buiten toepassing moet worden gelaten (zie het arrest van 12 juli 2018, gepubliceerd op rechtspraak.nl: ECLI:NL:GHARL:2018:6402).
4. Uit het dossier blijkt dat de kantonrechter de zaak van de betrokkene heeft behandeld op de zitting van 3 mei 2019. De betrokkene is op die zitting verschenen. De kantonrechter heeft de behandeling van de zaak aangehouden om de betrokkene in de gelegenheid te stellen om vóór 14 juni 2019 met stukken te onderbouwen dat er sprake was van laden en lossen. In het proces-verbaal is opgenomen dat de kantonrechter na ontvangst van de stukken zal beoordelen of de zaak opnieuw op een zitting zal moeten worden behandeld dan wel of deze zonder nadere zitting kan worden afgedaan. De betrokkene heeft bij schrijven van 5 juni 2019 een getuigenverklaring overgelegd en de officier van justitie heeft hierop gereageerd. Bij de bestreden beslissing van 28 juni 2019 heeft de kantonrechter op basis van de ingewonnen informatie, zonder een vervolgzitting te houden, de inleidende beschikking vernietigd.
5. Gegeven de beslissing van de kantonrechter met betrekking tot de opgelegde sanctie kan niet worden geoordeeld dat de betrokkene door het niet houden van een vervolgzitting in zijn rechtens te erkennen belangen is geschaad. Dit vormt derhalve geen reden om het appelverbod buiten toepassing te laten (vgl. ov. 14 van het arrest van 12 juli 2018).
6. Het bezwaar dat de kantonrechter niet op het verzoek om proceskostenvergoeding heeft beslist komt erin de kern op neer dat de kantonrechter niet juist heeft beslist. Ook dat is geen reden voor het buiten toepassing laten van het appelverbod (vgl. ov. 16 van het arrest van 12 juli 2018).
7. Het voorgaande brengt mee dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
8. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.

Beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek om vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Pranger als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.