Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
1. Het geding in eerste aanleg
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking waarbij haar twee minderjarige kinderen onder toezicht zijn gesteld en voor het oudste kind een machtiging tot uithuisplaatsing is verleend. De ondertoezichtstelling betreft het jongste kind, geboren in 2007, en de machtiging tot uithuisplaatsing het oudste kind, geboren in 2003.
Het hof heeft vastgesteld dat de gronden voor ondertoezichtstelling van het jongste kind niet langer aanwezig zijn. De ouders hebben een positieve ontwikkeling doorgemaakt in hun communicatie en samenwerking, en het kind doet het goed op school. Daarom wordt de ondertoezichtstelling van het jongste kind beëindigd.
Voor het oudste kind blijft de machtiging tot uithuisplaatsing van kracht. Er waren ernstige zorgen zoals alcohol- en drugsgebruik, seksueel grensoverschrijdend gedrag en slechte schoolprestaties. Hoewel de moeder bezwaar maakte tegen de wijze van uitvoering van de machtiging, acht het hof de uithuisplaatsing noodzakelijk en in het belang van het kind. Het traject naar terugkeer naar huis wordt nauwgezet gemonitord.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van het jongste kind wordt beëindigd, de machtiging tot uithuisplaatsing van het oudste kind blijft van kracht.