Uitspraak
[verzoeker],
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling van het verzoek
De gronden van het wrakingsverzoek
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In een strafzaak tegen verzoeker diende hij een wrakingsverzoek in tegen de raadsheren Wemes, Fühler en Laurens. Verzoeker stelde dat de voorzitter onprofessioneel handelde door een inhoudelijke behandeling te plannen in plaats van een regiezitting, waardoor hij onvoldoende gelegenheid zou hebben om onderzoekswensen toe te lichten. Tevens wees hij op eerdere procedurele onregelmatigheden en vermeende vooringenomenheid.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek tijdig en ontvankelijk was, maar dat het subjectieve gevoel van vooringenomenheid niet beslissend is. Objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid ontbraken. De beslissing van de voorzitter om geen regiezitting te houden maar een inhoudelijke behandeling te plannen was niet onbegrijpelijk en bood voldoende ruimte voor het indienen van onderzoekswensen.
Ook andere klachten over het ontbreken van een raadsman en eerdere zittingen waren niet relevant voor de wrakingskamer. De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een schijn van vooringenomenheid wekten en wees het wrakingsverzoek af.
De beslissing werd op 15 oktober 2020 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit ter Berg, Kuiper en Foppen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid.