ECLI:NL:GHARL:2020:8465
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens ontbreken tijdige rechtsgeldige klacht bij verduistering binnen familie
In hoger beroep tegen het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland is de verdachte veroordeeld voor medeplegen van verduistering. Het hof vernietigt dit vonnis omdat het tot een ander oordeel komt over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie.
Het misdrijf betreft een relatief klachtdelict waarbij vervolging alleen mogelijk is indien een klacht is ingediend door een klachtgerechtigde binnen drie maanden na kennisname van het feit. De verdachte is aanverwant in de rechte lijn van het slachtoffer, waardoor een tijdige rechtsgeldige klacht vereist is.
Uit het dossier blijkt dat het slachtoffer al in 2013 op de hoogte was van de verduistering, maar geen aangifte wilde doen. Na het overlijden van het slachtoffer heeft de bewindvoerder pas in december 2015 een klacht ingediend, ruim na de wettelijke termijn. Het hof oordeelt dat de klacht niet rechtsgeldig is omdat deze niet door een klachtgerechtigde is ingediend en te laat is gedaan.
De advocaat-generaal stelde ontvankelijkheid voor, verwijzend naar Europese ontwikkelingen omtrent het opportuniteitsbeginsel, maar het hof volgt dit niet. Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdige en rechtsgeldige klacht.