ECLI:NL:GHARL:2020:8466
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering wegens ontbreken veroordeling hoofdzaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een beslissing van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland. In eerste aanleg was betrokkene veroordeeld tot een betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van € 20.000,-. Het hof vernietigt dit vonnis omdat het tot een ander oordeel komt over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering.
Het hof stelt vast dat het openbaar ministerie in de hoofdzaak niet-ontvankelijk is verklaard in de strafvervolging. Op grond van artikel 511e, eerste lid, juncto artikel 348 van Pro het Wetboek van Strafvordering, kan een ontnemingsvordering niet ontvankelijk zijn zonder een veroordeling in de hoofdzaak. Hierdoor is het openbaar ministerie ook niet-ontvankelijk in de ontnemingszaak.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De uitspraak is gedaan door een kamer met een voorzitter, lid en militair lid, en is uitgesproken tijdens de openbare terechtzitting op 7 oktober 2020.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens het ontbreken van een veroordeling in de hoofdzaak.