Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
REC,
Westra,
1.De procedure bij de rechtbank
2.De procedure in hoger beroep
3.De beoordeling in het incident
4.De beslissing
24 augustus 2021 te 13.30 uur;
20 oktober 2020.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure vordert Westra de voeging van twee hoger beroepszaken die betrekking hebben op schade door een gescheurde zeekoelwaterleiding en een defecte dumpcondensator. REC exploiteert een afvalverbrandingscentrale en Frisia een zoutfabriek; beide zijn betrokken bij een samenwerkingsverband voor stroomlevering. Westra voerde graafwerkzaamheden uit op het terrein van Frisia, waarbij de waterleiding beschadigd raakte, wat leidde tot stillegging van de centrales en schade.
De rechtbank wees in eerste aanleg de vordering van REC tegen Westra af, maar kende een deel van de vordering tegen Frisia toe. Zowel REC als Frisia gingen in hoger beroep. Westra verzocht om voeging van de procedures vanwege de verknochtheid van feiten en juridische onderwerpen, terwijl REC zich hiertegen verzette, stellende dat de aansprakelijkheidsgronden verschillen en voeging tot vertraging leidt.
Het hof oordeelde dat de zaken verknocht zijn omdat zij hetzelfde feitencomplex en juridische samenhang kennen, mede doordat REC Westra en Frisia gezamenlijk heeft gedagvaard en hoofdelijke aansprakelijkheid vordert. Het belang van Westra bij voeging werd erkend om het procesverloop te stroomlijnen en tegenstrijdige uitspraken te voorkomen. De vorderingen behouden hun zelfstandigheid en de zaak wordt op 24 augustus 2021 samen met de zaak tussen Frisia en REC behandeld. De beslissing omtrent proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot voeging van de twee hoger beroepszaken toe wegens verknochtheid en bepaalt gelijktijdige behandeling.