ECLI:NL:GHARL:2020:8562

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 oktober 2020
Publicatiedatum
20 oktober 2020
Zaaknummer
Wahv 200.265.037/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WahvArt. 5 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke sanctie voor negeren geslotenverklaring op Marktstraat te ’s-Hertogenbosch

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van €95 wegens het negeren van een geslotenverklaring op 13 april 2018 op de Marktstraat te ’s-Hertogenbosch. Hij stelde dat de kantonrechter ten onrechte bepaalde bewijsstukken niet had meegewogen en voerde overmacht aan vanwege wegwerkzaamheden en omleidingsroutes.

Het hof oordeelde dat de sanctie terecht was opgelegd op basis van visuele waarneming van een bevoegde ambtenaar, die meerdere voertuigen zag de geslotenverklaring negeren. De door betrokkene overgelegde foto’s en documenten hadden geen betrekking op de locatie van de overtreding en konden het bewijs niet weerleggen.

Het beroep op overmacht faalde omdat de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet anders kon handelen dan door de geslotenverklaring te rijden. Bovendien was er geen reële mogelijkheid voor de ambtenaar om de bestuurder staande te houden, waardoor de sanctie terecht aan de kentekenhouder werd opgelegd.

Het hof bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €95 voor het negeren van een geslotenverklaring en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.265.037/01
CJIB-nummer
: 216385931
Uitspraak d.d.
: 20 oktober 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 30 juli 2019, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [A] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 95,- opgelegd voor: “handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 april 2018 om 09.48 uur op de Marktstraat te ’s-Hertogenbosch met het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] .
2. De betrokkene geeft aan dat de kantonrechter ten onrechte een aantal door hem ter beschikking gestelde documenten niet heeft ingezien. De betrokkene heeft de betreffende stukken als bijlage bij zijn beroepschrift gevoegd. Het betreft een e-mailbericht van de gemeente ’s-Hertogenbosch waaruit blijkt dat op 13 april 2018 op de Zuid Willemsvaart wegwerkzaamheden waren en er sprake was van een omleidingsroute. Hierbij is een plattegrond van die route en de betreffende bebording gevoegd. Uit de bijlagen volgt verder dat geen ontheffing nodig is om het gebied voor 12.00 uur te betreden. Eveneens heeft de betrokkene een foto bijgevoegd waarop een bord C1 zichtbaar is met daarboven het woord “zone” en een onderbord waaruit blijkt dat ter plaatse bestemmingsverkeer is toegestaan tussen 7.00 - 12.00 uur, 18.00 - 20.00 uur en op koopavonden van 21.00 - 22.00 uur. Tot slot heeft de betrokkene informatie met betrekking tot “boete handelen in strijd met een geslotenverklaring” van de site van Verkeersboete.nl overgelegd. Daarin heeft de betrokkene met gele marker gearceerd dat het C-bord zichtbaar op de foto dient te zijn. Daarnaast voert de betrokkene aan dat een aantal zaken met betrekking tot de staandehouding niet kloppen. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie eerst aangegeven dat de ambtenaar achter de auto liep, vervolgens was haar reactie dat er waarschijnlijk een camera heeft gehangen en nu blijkt dat er een opvallend dienstvoertuig heeft gestaan. De betrokkene wijst erop dat hij voldoende argumenten heeft aangedragen waardoor de beschikking moet worden vernietigd, terwijl het openbaar ministerie onduidelijke informatie geeft.
3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“De personenauto passeerde ons opvallende dienstvoertuig. De personenauto reed van ons af, in de richting van de markt. De personenauto reed van ons af, derhalve was er geen staandehouding mogelijk. Op het moment van de overtreding was er op de Markt ook een warenmarkt gaande. Navraag bij de meldkamer leerde dat er voor dit kenteken geen toestemming of ontheffing bekend was om via de Marktstraat op te rijden. Navraag bij de meldkamer leerde dat er geen stremming of omleiding bekend was waardoor het oprijden via de Marktstraat toegestaan zou zijn.”
5. Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 8 november 2019 waarin de ambtenaar - voor zover hier relevant - het volgende verklaart:
“Ik was vergezeld door een stagiaire van het Koning Willem I College. Wij zagen daar een personenauto voorzien van kenteken [0-YYY-00] (…) het C1 verkeersbord negeren (onderbord: fietsen toegestaan, snorfietsen niet). Omdat er op dat moment meerdere voertuigen achter elkaar aanreden, heb ik besloten van alle voertuigen een fotografische opname te maken. De personenauto was de laatste in een rij voertuigen die achter elkaar het verkeersbord negeerden. Aangezien ik met mijn niet bevoegde collega stond, heb ik besloten niet elke bestuurder staande te houden en later de verbalen op te maken.”
6. De ambtenaar heeft tevens een foto bijgevoegd die hij ter plaatse heeft gemaakt. Op de foto is de voorzijde van het voertuig met het kenteken [0-YYY-00] te zien. Het voertuig is juist Snackbar Boemerang gepasseerd.
7. Het hof stelt vast dat in dit geval sprake is van een visuele waarneming van de gedraging door de ambtenaar. Nu de gedraging niet door middel van camera’s (via elektronische weg) is geconstateerd, is - anders dan de betrokkene kennelijk meent - niet vereist dat het verkeersbord C1 op een foto van de gedraging zichtbaar is.
8. Met de advocaat-generaal stelt het hof vast dat de door de betrokkene overgelegde foto met daarop zichtbaar het bord C1 en een onderbord waaruit blijkt dat ter plaatse bestemmingsverkeer is toegestaan tussen 7.00 - 12.00 uur, 18.00 - 20.00 uur en op koopavonden van 21.00 - 22.00 uur, niet betrekking heeft op de plaats van de gedraging, de Marktstraat te ’s-Hertogenbosch. Daargelaten dat uit de verklaring van de ambtenaar volgt dat bij bord C1 slechts een onderbord “fietsen toegestaan, snorfietsen niet” aanwezig was, blijkt uit een vergelijking van de door betrokkene overgelegde foto en de door de ambtenaar gemaakte foto dat het straatbeeld niet overeenkomt. Het verweer van de betrokkene dat (bestemmings)verkeer ter plaatse was toegestaan faalt reeds daarom.
9. Gelet op het voorgaande, de verklaring(en) van de ambtenaar in aanmerking genomen alsmede dat de betrokkene niet heeft betwist dat hij met zijn voertuig op de Marktstraat heeft gereden, staat vast dat de gedraging is verricht.
10. Vervolgens dient het hof, gelet op het verweer van de betrokkene, te beoordelen of er andere redenen zijn een sanctie achterwege te laten of het bedrag van de sanctie te matigen.
11. Het hof begrijpt het verweer van de betrokkene, inhoudende dat hij door de wegwerkzaamheden en het gebrek aan een goede alternatieve route geen andere keuze had dan door te rijden, als een beroep op overmacht. Aan een dergelijk beroep dient tenminste de eis te worden gesteld dat feiten of omstandigheden worden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk kan worden dat de betrokkene onder de gegeven omstandigheden niet anders heeft kunnen handelen dan hij heeft gedaan. Aan die eis heeft de betrokkene niet voldaan. Uit de door de betrokkene overgelegde informatie van de gemeente ’s-Hertogenbosch volgt dat de wegafsluiting op de Zuid Willemsvaart middels diverse borden ruim van te voren is aangegeven. Daarbij zijn eveneens omleidingsroutes aangegeven. Dat de betrokkene deze borden niet (tijdig) heeft opgemerkt of zich niet heeft gerealiseerd dat deze situatie op hem van toepassing was, is een omstandigheid waarvan de gevolgen voor zijn rekening dienen te blijven. Daar komt bij dat de afsluiting op de Zuid Willemsvaart op enige afstand van de Marktstraat plaats vond en niet blijkt dat de betrokkene niet anders kon dan de Markstraat in te rijden. Zoals de advocaat-generaal terecht in het verweerschrift opmerkt had de betrokkene er ook voor kunnen kiezen om op het Burgemeester Loeffplein rechtdoor te rijden in plaats van linksaf de Marktstraat in de slaan. Het hof ziet daarom in de door de betrokkene aangevoerde omstandigheden geen aanleiding om te bepalen dat oplegging van de sanctie achterwege moet blijven of het bedrag van de sanctie moet worden gematigd.
12. Tot slot overweegt het hof dat op grond van de Wahv geldt dat, als zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het voertuig waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd. Als dit niet het geval is mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Uit de verklaring van de ambtenaar volgt onder meer dat hij de bestuurder niet heeft staande gehouden omdat het voertuig van de betrokkene deel uitmaakte van een aantal voertuigen dat de geslotenverklaring negeerde en hij een niet bevoegde collega bij zich had. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van het hof niet worden gezegd dat de ambtenaar een reële mogelijkheid heeft gehad de bestuurder staande te houden. De sanctie is daarom terecht aan de betrokkene, als kentekenhouder, opgelegd.
13. Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het beroep terecht ongegrond verklaard. Het hof zal die beslissing daarom bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van Swart als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.