Uitspraak
[veroordeelde] ,
120 (honderdtwintig) dagen.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak vordert het openbaar ministerie op grond van artikel 577c (oud) Sv verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang tegen een veroordeelde die een ontnemingsmaatregel van €210.248,00 niet heeft voldaan. De bevoegdheid van het hof werd aanvankelijk betwist, maar het hof concludeert dat artikel XLIVa van de Invoeringswet USB de toepassing van artikel 577c (oud) Sv op vóór 1 januari 2020 opgelegde ontnemingsmaatregelen in stand laat.
De veroordeelde heeft sinds zijn uitschrijving in 2015 naar het buitenland geen betalingen verricht en is onvindbaar gebleven voor incasso. Het CJIB heeft meerdere pogingen gedaan tot contact en betaling, zonder resultaat. Er is geen bewijs van betalingsonmacht, en volledig verhaal op zijn vermogen is niet mogelijk gebleken.
Het hof acht daarom toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang passend, maar stelt de duur voorlopig vast op 120 dagen. Dit geeft ruimte om na aanhouding nader onderzoek te doen naar betalingsonmacht of -onwil. De uitspraak bevestigt de overgangsrechtelijke toepassing van oude regelgeving en de bevoegdheid van het hof in deze situatie.
Uitkomst: Het hof verleent verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang voor 120 dagen wegens niet-nakoming van een vóór 2020 opgelegde ontnemingsmaatregel.