ECLI:NL:GHARL:2020:8877
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing kantonrechter inzake zekerheidstelling bij administratieve sanctie
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat niet tijdig zekerheid was gesteld voor betaling van een administratieve sanctie en administratiekosten volgens artikel 11 van Pro de Wahv.
De kantonrechter had het verweer van de betrokkene opgevat als een draagkrachtverweer, maar heeft dit niet volledig volgens de voorgeschreven procedure behandeld, omdat geen nadere termijn is gesteld om alsnog zekerheid te stellen.
Het hof oordeelt dat een voorwaardelijk draagkrachtverweer niet automatisch tot een procedurele verplichting leidt, maar wanneer de kantonrechter dit wel als draagkrachtverweer aanmerkt, de gebruikelijke procedure gevolgd moet worden: uitnodiging tot zitting, beoordeling draagkracht en zo nodig een termijn voor zekerheidstelling.
Omdat de kantonrechter dit niet heeft gedaan, vernietigt het hof de beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank met de opdracht een nieuwe termijn te bepalen voor zekerheidstelling. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van correcte procedure bij draagkrachtverweer.