ECLI:NL:GHARL:2020:8893
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs openlijk geweld en mishandeling
De zaak betreft hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor openlijk geweld en mishandeling op 28 februari 2016. Het hof heeft het dossier en de zitting van 19 oktober 2020 bestudeerd, waarbij wisselende verklaringen en onvoldoende bewijs naar voren kwamen.
De tenlastelegging omvatte geweldshandelingen zoals trekken aan haren, duwen, trekken aan het lichaam en schoppen tegen het been of lichaam van de benadeelde partij. Het hof oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte deze handelingen met opzet heeft verricht, ook niet voorwaardelijk opzet.
Daarom vernietigt het hof het vonnis van de politierechter en spreekt verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij had een schadevordering ingediend, maar deze wordt door het hof niet-ontvankelijk verklaard omdat de schuld van verdachte niet is vastgesteld.
De benadeelde partij wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op nihil tot de uitspraakdatum. Het arrest is gewezen door mr. J. Hielkema, mr. W. Foppen en mr. J.A.A.M. van Veen, waarbij laatstgenoemde het arrest mede ondertekent.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijk geweld en mishandeling.