ECLI:NL:GHARL:2020:8896
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs openlijk geweld
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van openlijk geweld op twee feiten gepleegd op 28 februari 2016. Het hof oordeelde dat het dossier wisselende verklaringen bevatte en onvoldoende wettig bewijs voorhanden was om het opzet van de verdachte op het plegen van geweld te bewijzen.
Ten aanzien van het eerste feit, waarbij de verdachte werd beschuldigd van het trekken aan haren, duwen, trekken en schoppen van de benadeelde partij, concludeerde het hof dat niet is komen vast te staan dat de verdachte opzet had op deze handelingen. Voor het tweede feit, waarbij sprake was van geweld samen met medeverdachten, vond het hof onvoldoende bewijs dat verdachte een aandeel had in de gewelddadige handelingen. De geluidsopname suggereerde dat verdachte mogelijk probeerde de medeverdachten te ontzetten.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij, die in eerste aanleg deels was toegewezen, werd door het hof afgewezen omdat de verdachte niet schuldig werd bevonden aan het ten laste gelegde handelen. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op nihil. Het hof deed uitspraak op 2 november 2020 in Leeuwarden.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van openlijk geweld en de schadevordering is afgewezen.