ECLI:NL:GHARL:2020:9139
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens medeplegen hennepteelt en elektriciteitsdiefstal
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 19 februari 2019. Betrokkene werd eerder veroordeeld voor medeplegen van het telen van hennep en diefstal van elektriciteit over de periode van 17 juli 2017 tot en met 5 juni 2018. De rechtbank stelde het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €91.524,07 en legde een ontnemingsvordering op van €18.304,81.
De advocaat-generaal vorderde een hogere schatting van het voordeel en een hogere ontnemingsverplichting, maar het hof oordeelde dat de rechtbank juist had beslist. Het hof baseerde zich op een rapport van 31 juli 2018 waarin het wederrechtelijk verkregen voordeel werd berekend, en verwierp de wisselende verklaringen van betrokkene over oogsten, opbrengsten en kosten.
De verdediging voerde aan dat er minder oogsten waren, dat betrokkene geen financieel voordeel had genoten, en dat het bedrag gematigd moest worden. Het hof verwierp deze verweren, onder meer omdat betrokkene zelf verklaarde per oogst een vergoeding te hebben ontvangen en het rapport betrouwbare en objectieve gegevens bevatte.
Daarnaast bepaalde het hof, conform gewijzigde wetgeving, dat de maximale duur van de gijzeling die kan worden gevorderd op grond van het ontnemingsbedrag 732 dagen bedraagt. Het hof bevestigde de beslissing van de rechtbank en legde de ontnemingsverplichting van €18.304,81 op aan betrokkene.
Uitkomst: Bevestiging ontnemingsvordering van €18.304,81 met maximale gijzelingstermijn van 732 dagen.