Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 10 november 2020 uitspraak gedaan in het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 15 juli 2020. Verdachte werd primair ten laste gelegd poging tot doodslag op een medegedetineerde met een mes. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank vanwege een andere strafoplegging en deed opnieuw recht.
Uit het bewijs, waaronder medische verklaringen en getuigenverklaringen, bleek dat verdachte meerdere keren met een fileermes in het bovenlichaam van het slachtoffer stak, waarbij vitale organen werden geraakt. Verdachte handelde met opzet om het slachtoffer van het leven te beroven, wat werd bevestigd door zijn eigen woorden na het incident. Het hof sprak verdachte vrij van voorbedachte raad wegens gebrek aan bewijs.
Deskundigenrapporten toonden aan dat verdachte leed aan een neurobiologische ontwikkelingsstoornis (partiële FASD) en een gedesorganiseerde onveilige hechting, met verminderde toerekeningsvatbaarheid. Gezien het bewezen feit en het recidivegevaar legde het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 20 maanden op, met een TBS-maatregel met voorwaarden, gericht op klinische behandeling en langdurige begeleiding.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd deels toegewezen tot een bedrag van €3.422,83, bestaande uit materiële en immateriële schade. Het hof legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op met een beperkte gijzelingstermijn om betaling af te dwingen.
De maatregel TBS met voorwaarden is opgelegd met uitgebreide gedragsvoorschriften en toezicht door de reclassering, gericht op behandeling, medicatie, contactverboden en controle op middelengebruik, met als doel het recidivegevaar te beperken en resocialisatie te bevorderen.