De betrokkene kreeg een sanctie opgelegd voor het aanbrengen van donkere folie op de zijruiten van zijn voertuig, waardoor het uitzicht werd belemmerd. De ambtenaar constateerde de folie visueel, maar voerde geen meting uit van de lichtdoorlatendheid omdat het benodigde meetinstrument ontbrak en hij niet gecertificeerd was.
De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond, maar het hof oordeelde dat zonder een objectieve meting van de lichtdoorlatendheid geen sanctie kan worden opgelegd op grond van de specifieke norm in artikel 5.2.42, derde lid, van de Regeling voertuigen (RV). De algemene regel dat onnodige voorwerpen het uitzicht niet mogen belemmeren, kan niet zonder meer worden toegepast als er geen meting is verricht.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie. Het verzoek van de betrokkene tot compensatie werd niet inhoudelijk behandeld vanwege de vernietiging. Het arrest werd gewezen door mr. Van Schuijlenburg en uitgesproken te Leeuwarden op 10 november 2020.