ECLI:NL:GHARL:2020:9361
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing zaak wegens onjuiste behandeling draagkrachtverweer in bestuursstrafrechtelijke procedure
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie in een bestuursstrafrechtelijke procedure op grond van de Wahv. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene geen zekerheid had gesteld. De gemachtigde voerde aan dat het draagkrachtverweer, onderbouwd bij brief van 7 februari 2018, niet was betrokken bij de beoordeling.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter het draagkrachtverweer niet juist heeft behandeld, aangezien de onderbouwing niet is meegenomen in de beoordeling. Volgens het hof moet de kantonrechter bij een gemotiveerd draagkrachtverweer de betrokkene de gelegenheid geven zijn financiële situatie toe te lichten op een openbare zitting en zo nodig een aangepaste termijn geven voor zekerheidstelling.
Omdat de kantonrechter dit niet heeft gedaan, kan de beslissing niet in stand blijven. Het hof vernietigt daarom de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest. Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld.
Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling.