ECLI:NL:GHARL:2020:9405
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wegens vrijspraak witwassen
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep behandeld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was in de hoofdzaak vrijgesproken van het witwassen van geld.
Gezien deze vrijspraak heeft het hof geoordeeld dat de vordering tot ontneming van het vermeende wederrechtelijk verkregen voordeel niet kan worden toegewezen. Om proceseconomische redenen vernietigde het hof de eerdere uitspraak en deed het arrest opnieuw recht.
Het hof wees de vordering af en legde geen verplichting tot betaling van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel op. De uitspraak werd op 18 november 2020 in een openbare terechtzitting uitgesproken, waarbij de betrokkene niet aanwezig was. De raadsheren G.A. Versteeg en L.J. Bosch waren buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen vanwege vrijspraak in de hoofdzaak.