Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van 24 juli 2020 van de kinderrechter, waarin zijn verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van zijn minderjarige kind werd afgewezen. Hij verzocht tevens om als belanghebbende te worden aangemerkt en inzage te krijgen in de beschikking, wat door het hof is afgewezen.
Het hof heeft geoordeeld dat de man geen belanghebbende is in de procedure over de uithuisplaatsing, omdat deze beslissing geen inmenging vormt in zijn familie- of privéleven. Dit oordeel is gebaseerd op eerdere beslissingen van het hof en blijft ongewijzigd ondanks de vervangende toestemming tot erkenning die aan de man is verleend.
Daarmee is de man niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Het hof veroordeelt hem tevens in de proceskosten van de moeder, omdat dit het derde gelijksoortige verzoek betreft zonder nieuwe feiten of omstandigheden. De proceskosten worden vastgesteld op € 2.148,--. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking van 12 november 2020 is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De man wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.