Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
wonende te [B] ,
geïntimeerde in het principaal hoger beroep,
wonende te [A] ,
1.Het (verdere) verloop van het geding in de hoofdzaak in hoger beroep
2.De verdere motivering van de beslissing in hoger beroep
- [appellant] de toedeling van de onroerende zaken niet kan financieren en deze in feite voor niets wil overnemen;
- [appellant] ook geen financiering kan krijgen om investeringen in het achterstallig onderhoud te doen;
- de onderneming niet levensvatbaar is.
- [appellant] niet duidelijk heeft kunnen maken dat zijn bedrijf op termijn levensvatbaar is;
- [appellant] niet duidelijk heeft kunnen maken welk bedrag hij voor de toedeling van de onroerende zaken kan betalen;
- als uit zijn toelichting moet volgen dat dit bedrag nihil is, dat zou betekenen dat [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] ter zake van de toedeling van de onroerende zaken niets krijgen waardoor een grote inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke belangen van [geïntimeerde1] en [geïntimeerde2] , waartegenover een zeer grote bevoordeling van [appellant] staat;
- het bedrijf kampt met aanmerkelijk achterstallig onderhoud dat waarschijnlijk niet valt te verhelpen door investeringen te doen;
- [appellant] allerlei mogelijkheden oppert die voortzetting van het bedrijf mogelijk moeten maken, zoals bedrijfsverplaatsing, samenwerking met een andere boer en erfpachtfinanciering, maar deze mogelijkheden op geen enkele wijze concretiseert;
- uit de bedrijfsplannen die [appellant] als bijlage 12-14 heeft overgelegd zonder een heldere toelichting, die ontbreekt, niet is af te leiden of het bedrijf wel levensvatbaar is en op welke voorwaarden.