ECLI:NL:GHARL:2020:9450
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonvordering en oproepkarakter arbeidsovereenkomst thuishulp
De zaak betreft een loonvordering van een thuishulp die werkzaam was bij een Stichting opgericht door de kinderen van een verlamde cliënt. De werknemer woonde bij de cliënt in huis en verrichtte huishoudelijke en verzorgende werkzaamheden, waarbij zij ook 's nachts oproepbaar was. De arbeidsovereenkomst werd door de Stichting betiteld als een oproepcontract, maar de werknemer stelde dat sprake was van een gewone arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst feitelijk geen oproepkarakter had en veroordeelde de Stichting tot betaling van achterstallig loon, inclusief vergoeding voor de aanwezigheidsdiensten tussen 22.00 en 09.00 uur. De Stichting ging in hoger beroep, maar het hof verwierp alle grieven. Het hof bevestigde dat de werknemer recht heeft op loon over de vakantiedagen en over de uren van aanwezigheid, omdat zij daadwerkelijk beschikbaar moest zijn voor zorg.
Ook het argument dat de arbeidsovereenkomst eindigde door het overlijden van de cliënt werd verworpen, omdat de overeenkomst met de Stichting was aangegaan en geen ontbindende voorwaarde bevatte. De Stichting werd veroordeeld in de proceskosten van het principaal hoger beroep en de werknemer in die van het incidenteel hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken op 17 november 2020.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt de Stichting tot betaling van achterstallig loon inclusief vergoeding voor aanwezigheidsdiensten.