ECLI:NL:GHARL:2020:9503

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 november 2020
Publicatiedatum
17 november 2020
Zaaknummer
Wahv 200.244.235/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 11 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging sanctiebeschikking wegens onjuiste toepassing artikel 5 Wahv bij stilstaand voertuig

De betrokkene kreeg een sanctie van €90 opgelegd voor het niet gebruiken van de rijbaan met een stilstaand voertuig op 5 april 2017 in Apeldoorn. De sanctie werd aan de kentekenhouder opgelegd omdat de bestuurder niet was staande gehouden.

De gemachtigde voerde aan dat de ambtenaar de bestuurder wel had kunnen staande houden, omdat deze op hetzelfde tijdstip in de auto stapte en wegreed. Artikel 5 Wahv Pro bepaalt dat de bestuurder bij constatering moet worden staande gehouden om zijn identiteit vast te stellen, tenzij dit niet mogelijk is.

Het hof concludeert dat de ambtenaar ten onrechte de sanctie aan de kentekenhouder oplegde zonder de bestuurder staande te houden, omdat er een reële mogelijkheid was om dit te doen. Daarom wordt de beschikking vernietigd en het betaalde bedrag gerestitueerd.

Daarnaast veroordeelt het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van de proceskosten van €918,75 aan de betrokkene. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de eerdere beslissingen vernietigd.

Uitkomst: De sanctiebeschikking aan de kentekenhouder wordt vernietigd en het betaalde bedrag gerestitueerd.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.244.235/01
CJIB-nummer
: 206873183
Uitspraak d.d.
: 17 november 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 19 juni 2018, betreffende

[betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. J. van Gemert, kantoorhoudende te Nijmegen.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen door de kantonrechter.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De advocaat-generaal heeft wel aanvullende stukken overgelegd. Deze zijn (in kopie) doorgestuurd aan de gemachtigde van de betrokkene, die daar schriftelijk op heeft gereageerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 90,- voor: “met een stilstaand voertuig niet de rijbaan gebruiken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 5 april 2017 om 11:40 uur op de Hoofdstraat in Apeldoorn met het voertuig met het kenteken [YY-000-Y] .
2. De gemachtigde voert onder meer aan dat de sanctie in strijd met het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv aan de kentekenhouder van het voertuig is opgelegd, nu zich in de onderhavige situatie een reële mogelijkheid heeft voorgedaan om de bestuurder van het voertuig staande te houden. De gedraging zou immers om 11:40 uur zijn vastgesteld, terwijl de ambtenaar blijkens het aanvullend proces-verbaal van 2 september 2017 heeft verklaard dat de bestuurder om 11:40 uur in de auto is gestapt en weggereden.
3. Uit artikel 5 van Pro de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Als op dit punt een verweer wordt gevoerd, zal de officier van justitie of de rechter daarop uitdrukkelijk moeten beslissen en zo nodig aan de ambtenaar een nadere toelichting moeten vragen.
4. Het in het kader van het administratief beroep opgevraagde aanvullend proces-verbaal van de betrokken ambtenaar van 2 september 2017 houdt onder meer in als zijn verklaring - zakelijk weergegeven -:
Op 5 april 2017 omstreeks 11:40 uur heeft het voertuig met kenteken [YY-000-Y] een aankondiging van beschikking ontvangen voor het parkeren op de Hoofdstraat te Apeldoorn. De mannelijke bestuurder is om 11:40 uur in de auto gestapt en weggereden.”
5. De verklaring van de ambtenaar houdt het vermoeden in dat voor de betrokken ambtenaar de reële mogelijkheid bestond om tot staandehouding van de bestuurder over te gaan, althans sluit die mogelijkheid niet uit.
6. Nu het naar aanleiding van het verweer van de gemachtigde door de advocaat-generaal ingebrachte aanvullende proces-verbaal van 25 oktober 2018 van de betrokken ambtenaar op dit punt geen nadere helderheid verschaft en aldus geen afbreuk doet aan voormeld vermoeden, moet het er voor worden gehouden dat de ambtenaar ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 van Pro de Wahv, door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Aan die onjuiste toepassing verbindt het hof de consequentie dat de beschikking, waarbij de sanctie aan de betrokkene als kentekenhouder is opgelegd, moet worden vernietigd. Dit houdt tevens in dat het tot zekerheid gestelde bedrag aan de betrokkene dient te worden gerestitueerd. Het hof zal beslissen als hierna vermeld.
7. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie procespunten te worden toegekend. Aan de (als nadere toelichting op het beroep te beschouwen) reactie op de door de advocaat-generaal overgelegde informatie dient een half punt te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt € 525,- en gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 918,75.

De beslissing

Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie, alsmede de beschikking waarbij onder voormeld CJIB-nummer de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van artikel 11 van Pro de Wahv tot zekerheid is gesteld door de advocaat-generaal wordt gerestitueerd;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene, ter hoogte van € 918,75.
Dit arrest is gewezen door mr. Beswerda, in tegenwoordigheid van mr. Pullens als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.