Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het plegen van ontuchtige handelingen, bestaande uit seksueel binnendringen, met een meisje dat destijds 14 en 15 jaar oud was. Verdachte was 17 jaar en 4 maanden oud ten tijde van de feiten. De rechtbank had eerder een deels voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd, maar het hof vernietigde dit vonnis wegens een andere strafoplegging.
De verdediging voerde aan dat het seksuele contact vrijwillig was en dat het ontuchtig karakter ontbrak vanwege de geringe leeftijdsverschillen en wederzijdse affectieve gevoelens. Het hof verwierp dit verweer, oordelend dat de verklaringen van het slachtoffer over dwang en onvrijwilligheid betrouwbaar zijn en dat de seksuele handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm.
Het hof achtte het bewezen dat verdachte meerdere keren vaginaal gemeenschap heeft gehad met het meisje, maar sprak hem vrij van het binnendringen in de mond omdat dit niet door ander bewijs werd ondersteund. Verdachte maakte misbruik van een jong en kwetsbaar meisje dat geen weerstand kon bieden. Gezien de ernst van het delict en eerdere veroordelingen, maar ook de overschrijding van de redelijke termijn met 17 maanden die niet aan verdachte te wijten was, legde het hof een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van vier maanden op met een proeftijd van twee jaar.