ECLI:NL:GHARL:2020:9606
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake zekerheidstelling in bestuursstrafrechtelijke procedure Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
De kantonrechter had het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een recente schriftelijke machtiging. Het hof oordeelt dat de aanwezige machtiging voldoende was en verklaart het beroep ontvankelijk. Vervolgens constateert het hof dat betrokkene geen zekerheid heeft gesteld, terwijl dat wettelijk verplicht is. Artikel 20d, lid 2, Wahv biedt echter geen grond voor terugwijzing naar de kantonrechter.
Het hof neemt de behandeling van de zekerheidstelling zelf ter hand en stelt vast dat betrokkene tijdig een draagkrachtverweer heeft gevoerd. Het hof benadrukt dat de verplichting tot zekerheidstelling het recht op toegang tot de rechter niet mag belemmeren, conform artikel 6 EVRM Pro. Indien betrokkene financieel niet in staat is zekerheid te stellen, kan de zekerheid op nihil worden gesteld of kan betrokkene worden gehoord over zijn financiële situatie.
Omdat het niet op voorhand aannemelijk is dat betrokkene niet kan voldoen, nodigt het hof de gemachtigde uit voor een openbare zitting om de financiële situatie nader toe te lichten. De zaak wordt voortgezet op een nader te bepalen zitting, tenzij de gemachtigde binnen vier weken aangeeft dat een zitting niet nodig is. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ontvankelijk, wijst terugwijzing af en nodigt betrokkene uit voor een zitting over financiële draagkracht.