ECLI:NL:GHARL:2020:9782
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Witt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ne bis in idem bij boetes voor onverzekerd voertuig bestuurder en kentekenhouder
De betrokkene was beboet voor het niet-verzekeren van zijn voertuig, terwijl aan een ander als bestuurder een boete werd opgelegd voor het rijden in dat onverzekerde voertuig. De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene gegrond en vernietigde de beslissing van de officier van justitie, maar verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond. Het gerechtshof bevestigde deze beslissing.
De gemachtigde van de betrokkene voerde onder meer aan dat het proces-verbaal niet voldeed en dat de ambtenaar mogelijk niet bevoegd was om de sanctie op te leggen. Het hof oordeelde echter dat het proces-verbaal en de stukken voldoende waren en dat er geen twijfel bestond over de bevoegdheid van de ambtenaar.
Verder stelde de gemachtigde dat het ne bis in idem-beginsel was geschonden omdat er twee sancties waren opgelegd. Het hof stelde vast dat de boetes betrekking hadden op verschillende gedragingen door verschillende personen, zodat geen sprake was van dubbele bestraffing.
Ten slotte werd een schending van de redelijke termijn van berechting vastgesteld in hoger beroep, maar dit leidde niet tot matiging van de sanctie. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete voor de kentekenhouder en wijst het beroep op ne bis in idem af.