Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn in 2018 gescheiden en hebben afspraken gemaakt over partneralimentatie, die door de mediator zou worden vastgesteld na verkoop van de echtelijke woning.
De rechtbank had de alimentatie vastgesteld op €3.655 bruto per maand vanaf 1 februari 2019. De man ging in hoger beroep en verzocht om vernietiging van deze beschikking en een lagere alimentatie, al dan niet nihil. De vrouw verzocht afwijzing van het beroep.
Het hof beoordeelde de behoefte van de vrouw aan de hand van de hofnorm, waarbij het inkomen van de man over de drie jaren voorafgaand aan het uiteengaan (2015-2017) werd gemideld, en het inkomen van de vrouw werd vastgesteld op €1.644 netto per maand. De behoefte van de vrouw werd berekend op circa €3.072 netto per maand in 2019, oplopend naar €3.149 netto per maand in 2020.
De draagkracht van de man werd berekend rekening houdend met zijn gemiddelde winst uit onderneming (2016-2018), woonlasten, verzekeringspremies en schulden. De jusvergelijking leidde ertoe dat de partneralimentatie werd vastgesteld op verschillende bedragen per periode, variërend van €467 tot €3.437 bruto per maand, lager dan de rechtbank had bepaald.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de alimentatiebedragen vast conform de jusvergelijking, met compensatie van de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Het hof stelt de partneralimentatie van de man aan de vrouw vast op een lager bedrag dan de rechtbank, variërend van €467 tot €3.437 bruto per maand, met toepassing van een jusvergelijking.