Uitspraak
[verdachte] ,
De beslissing waarvan beroep
- de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht voor zover deze vordering betrekking heeft op vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt;
- de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht afgewezen voor zover deze vordering betrekking heeft op vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel uit onroerend goed.
Gebruik van het rechtsmiddel
Onderzoek van de zaak
De beslissing op het hoger beroep
De vordering van de advocaat-generaal
€ 76.283,00 en dat het hof, rekening houdende met de overschrijding van de redelijke termijn, betrokkene de verplichting oplegt om aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen een bedrag van € 69.555,00.
De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vordering tot ontneming
- valsheid in geschrift in de periode 1 januari 2007 tot en met 16 januari 2007;
- witwassen van de woning aan de [adres1] te [plaats1] en een geldbedrag van € 190.754,00 (hypothecaire lening) in de periode 26 februari tot en met 31 oktober 2011;
- witwassen van de huurinkomsten van de woning aan de [adres1] te [plaats1] in de periode 1 juni 2008 tot en met 31 oktober 2011;
- hennepteelt (medeplegen; 288 planten) in het pand aan [adres2] te [plaats2] op 31 oktober 2011.
“
Daarbij moet echter wel een relativerende, en om die reden ten voordele van verdachte strekkende, opmerking worden gemaakt. De bewezenverklaarde valsheid in geschrift speelde zich af in een tijd waarin de huizenmarkt naar het leek geen grenzen of beperkingen kende. Algemeen werd uitgegaan van waardestijging van onroerend goed en om die reden werd door banken de waarde van het onderpand als zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste factor voor kredietverlening beschouwd. Uit het gehele dossier [naam1] rijst het beeld op van een nauwelijks gereguleerde situatie van verstrekking van hypothecaire kredieten, waarbij de hierover te betalen rente respectievelijk de genoemde waardestijging van het onderpand tot financieel voordeel van zowel hypotheeknemer als hypotheekgever zou strekken. Van controle op aangeleverde informatie door de banken was (veelal) geen sprake en hypotheekadviseurs vroegen niet door omdat in het bijzonder naar het bezit van overige onroerende zaken (met bijbehorende hypothecaire verplichtingen) door veel banken niet eens werd gevraagd. Het werd verdachte dus ook wel erg gemakkelijk gemaakt om op basis van onvolledige informatie niettemin een hypothecaire geldlening te verkrijgen.“
proces-verbaal van aantreffen inwerking zijnde hennepkwekerij(bijlage 4, pagina 26, zaaksdossier 320, map 66) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven – als relaas van verbalisant [verbalisant] :
Ik heb op 31 oktober 2011 omstreeks 06:00 uur een onderzoek ingesteld op het adres [adres2] te [plaats2] . Op dat adres staat ingeschreven [naam2] .Door mij werd op de eerste verdieping van de woning, in twee slaapkamers, een inwerking zijnde hennepkwekerij aangetroffen, hierna genoemd kweekruimte A en kweekruimte B, waar op dat moment hennepplanten werden gekweekt. Er stonden 288 hennepplanten.Ik heb geconstateerd dat het aannemelijk is dat er sprake is geweest van meerdere oogsten van hennep. Dit bleek mij uit de navolgende feiten of omstandigheden:- Er lag dik stof op:- de kappen van de armaturen van de ontladingslampen,- het doek van de koolstoffilters,- de aanwezige elektra,- het rotorblad van de ventilator.- Er zijn notities/agenda aangetroffen waaruit een eerdere oogst blijkt.
getuige [naam2]ter zitting in eerste aanleg op 23 januari 2015 afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
(De voorzitter toont de getuige de foto op pagina 128 van het persoonsdossier van [verdachte]
)Ik ken deze man als [verdachte] . Ik heb de kwekerij in opdracht van [verdachte] in de woning gehad. Hij heeft de spullen bij mij gebracht. Ik heb de kwekerij in mijn woning toegelaten omdat ik in de schuldsanering zat. Hij beloofde mij mijn schulden af te betalen en ook dat ik nog wat extra’s zou krijgen. Ik heb er € 7.000,00 mee verdiend.Het onderhoud van de kwekerij deed ik zelf volgens een schema. [verdachte] bracht de voeding. [verdachte] kwam ongeveer één keer per week. Hij kwam alleen. Ik kreeg geld van hem als de oogst klaar was.Er is twee keer geoogst. Ik regelde niets. [verdachte] regelde dat. Hij bracht de mensen om te knippen. [verdachte] bepaalde wanneer er werd geoogst. [verdachte] heeft in mijn bijzijn het schema van de voeding geschreven.Ik weet dat er dozen mijn huis zijn binnengebracht in april 2011. Er zaten spullen in om die plantage op te bouwen.
U houdt mij de stukken voor met betrekking tot de hennepkwekerij die is gevonden in het pand [adres2] . Ik heb dichtgeplakte dozen versjouwd.
[verdachte]:
We laten je nu foto 3 zien. Wie is dit?[foto 3 staat op pagina 128]
Dit ben ik ja.
- er werden op 31 oktober 2011 288 hennepplanten aangetroffen;
- betrokkene heeft hennep geteeld in de periode 5 april 2011 tot 31 oktober 2011, zijnde een periode van ongeveer 29 weken;
- een oogstcyclus duurt ongeveer 10 weken;
- de laatste kweek is in beslag genomen;
- er zijn twee (2) oogsten geweest;
- de opbrengst is 27,7 gram per plant;
- de verkoopprijs is € 3,28 per gram;
- de inkoopprijs van de hennepstekken bedraagt € 2,85 per stek;
- de variabele kosten bedragen € 3,33 per plant;
- de afschrijvingskosten bedragen € 300,00 per oogst;
- medepleger [naam2] heeft € 7.000,00 gekregen van de opbrengst van de hennepteelt in de woning aan de [adres1] .
€ 52.333,06(288 planten x 27,7 gram x
€ 4.159,68.
€ 41.173,38(€ 52.333,06 - € 4.159,68 - € 7.000,00).
Het aan de Staat te betalen bedrag
€ 35.000,00en legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat van dit bedrag.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
41.173,38 (eenenveertigduizend honderddrieënzeventig euro en achtendertig cent).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 35.000,00 (vijfendertigduizend euro).
180 dagen.