ECLI:NL:GHARL:2021:10023
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksvermogen; gelden van kinderen niet deel van gemeenschap
Partijen zijn in 1995 gehuwd en hebben twee kinderen. Na hun echtscheiding in 2015 ontstond een geschil over de verdeling van het huwelijksvermogen, met name over gelden op de kinderrekeningen en premies van een levensverzekering gekoppeld aan de woning.
De rechtbank had reeds een verdeling vastgesteld waarbij beide partijen elkaar deels moesten vergoeden voor opnames van de kinderrekeningen en betaalde premies. De man stelde dat de vrouw meer geld had opgenomen dan vastgesteld en vorderde een hoger bedrag, terwijl de vrouw stelde dat de man ook geld had opgenomen.
Het hof oordeelde dat gelden die aan de kinderen toebehoren niet tot de gemeenschap van goederen behoren en dus niet verdeeld kunnen worden in de echtscheidingsprocedure. De vorderingen over de kinderrekeningen werden daarom afgewezen. Ten aanzien van de premies levensverzekering stelde het hof vast dat de man recht heeft op vergoeding van de helft van de premies die hij voor de vrouw betaalde, zijnde €2.209,58.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, behalve voor het deel over de premies levensverzekering, dat het vernietigde en opnieuw bepaalde. De vrouw werd veroordeeld om dit bedrag aan de man te voldoen, met compensatie van de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst vorderingen over kinderrekeningen af en veroordeelt de vrouw tot betaling van €2.209,58 aan de man wegens betaalde premies levensverzekering.