Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
de man,
LBIO c.s.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond centraal of het door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) op 3 april 2020 gelegde bankbeslag op de rekening van de man terecht was gelegd vanwege achterstanden in kinderalimentatiebetalingen. De man betwistte de hoogte van de betalingsachterstand en stelde dat LBIO onrechtmatig had gehandeld en onverschuldigd geld had ontvangen.
Het hof overwoog dat, ook bij de lagere betalingsachterstand die de man stelde, er nog steeds sprake was van een substantiële achterstand, waardoor LBIO gerechtigd was tot beslaglegging. De man kon onvoldoende feiten aanvoeren die zouden wijzen op misbruik van bevoegdheid door LBIO, ook niet in het kader van de coronacrisis. Daarnaast werd zijn stelling dat alimentatie voor één kind ten onrechte werd geïnd niet aannemelijk geacht, mede omdat het kind het formulier voor overname inning had ondertekend en de invordering later was stopgezet.
Het hof concludeerde dat het beslag niet onrechtmatig was en dat geen onverschuldigde betalingen hadden plaatsgevonden. Daarom werden de vorderingen van de man afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd. De man werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vorderingen van de man tegen het beslag van LBIO afwijst en veroordeelt hem in de kosten.